Walk

Tocht naar Skålatårnet van 0 tot 1834 m vanuit Loen, juli 1998

De Skålatop is bij helder weer vanuit de hut goed zichtbaar. Met een goeie verrekijker in een vaste hand kun je zelfs de toren onderscheiden, die in 1891 boven op de top van de Skåla gebouwd werd. Werk van mensenhanden, samen met de trap die daarboven aangelegd is om de laatste 150 m in comfortabele omstandigheden te kunnen overwinnen.
Tijdens ons vorig verblijf was er bij het mannelijk deel van het gezin (vier op vijf) enig enthousiasme te merken om die top ooit eens te bedwingen, maar de verhalen die we hoorden en lazen van de beklimming, zorgden ervoor dat de jongste twee afhaakten mede onder impuls van een bezorgde moeder. We zouden het proberen in één dag, klimmen en dalen zonder ter plaatse te overnachten. Al is dat ook aantrekkelijk en gereserveerd voor een tweede beklimming in de toekomst, want je kunt daarboven heel comfortabel met een kleine twintig personen overnachten.
Twee zaken moet je als toerist in het oog houden als je de bergen te lijf gaat: zorg voor een goeie conditie en wacht goed weer af. Na drie inloopwandelingen (eerst wat rustig aan een dal volgend, daarna een rondwandeling op Runde en ten slotte een klim van ca. 800 m) was de eerste voorwaarde gemakkelijk vervuld. De tweede eis, goed weer, daar zorgen alleen de weergoden voor.
Op de bewuste dag, vrijdag 24 juli 1998, stappen de wandelaars om halfzeven uit bed. Met argwaan bekijken vader en zoon de vele, donkere wolken en hopen dat het beter wordt in de loop van de dag. Een stevig ontbijt zal nodig zijn, denken we, en wat extra mondvoorraad in de rugzak doet de rest. Een pakje koeken of wat chocolade doet wonderen, weten we uit ervaring, vooral als je bovenop de bergen en de gletsjers de energievoorraden extra moet aanspreken. Doe het rustig aan, roept een bezorgde moeder en vrouw ons nog toe. Tot vanavond, roepen we zelfzeker terug.
Van de hut tot de plaats waar we de auto achterlaten voor de beklimming is het ongeveer 22 km rijden. Onderweg wordt de top nauwlettend in de gaten gehouden; misschien trekken de wolken snel weg als ze ons zien afkomen…
Om acht uur ’s morgens betalen we 20 NOK voor onze parkeerplaats in Loen nabij de rivier. Betalen is hier synoniem voor financiële steun aan de Noorse bergorganisatie door in een kastje een enveloppe te deponeren met het juiste bedrag en je nummerplaat erop genoteerd.
Twee wagens met Noorse nummerplaat staan er geparkeerd. Er zijn boven dus maximum 10 personen, hoewel je dat niet zeker weet. Komen we straks wandelaars tegen, dan vragen we onmiddellijk naar de toestand daarboven. Niet alleen het aantal personen interesseert ons, maar ook het weer.
We volgen de wegwijzer Skåla en Tjugen setra en passeren een weide, waar enkele scholeksters het aan de stok krijgen met de meeuwen. Jawel, we starten op zeeniveau, misschien een tiental meter boven de zeespiegel. Even verder kiezen we het steile bospad of de snelle en moeilijke weg dus. Er is ook een trage en gemakkelijke weg, maar dat reserveren we misschien voor de afdaling om de knieën wat te sparen. De lucht is vochtig door de nabijheid van een wilde bergrivier die hier naar beneden stort en de kilte van het bos, maar ook de eerste zweetdruppels schitteren op de voorhoofden.
Na 50 minuten inspanning bereiken we, steeds de rechteroever volgend, een samenvloeiing van twee rivieren op een hoogte van ca. 540 meter. Tijd voor een langere pauze, de eerste mondvoorraad wordt aangesproken en doorgespoeld. Het uitzicht op Loen in de diepte doet niets goeds vermoeden; straks gaat het ongetwijfeld regenen. We lopen nu al bijna in de wolken, letterlijk toch. De top zou ook bij goed weer van hieruit niet te zien zijn, maar we zoeken toch waar het pad hogerop tussen de rotsen loopt.
We blijven steeds op de rechteroever wandelen tot aan een betonnen brugje even voorbij de boomgrens. Daar steken we de rivier over en volgen een pad met veel stenen (één extra grote, maar daar loopt het pad langs), steeds klimmend langs de flank tot een panoramapunt op 1000 m. Het zicht op de Nordfjord en Loen is hier prachtig.
Na ongeveer anderhalf uur doorstappen bereiken we de rechteroever van het andere bergriviertje, de Skålelva. Het is dan nog een klein halfuurtje wandelen tot het opvallende heldere bergmeertje Skålavatn op 1142 m hoogte. De klok wijst pas kwart over tien aan, maar voor onze magen was het reeds duidelijk middag: tijd voor een picknick dus. Verscholen achter een grote rotsblok kleden we ons eerst om want een koude wind blaast langs de bergflank.
Ondertussen zoeken we naar herkenningspunten op de kaart en lokaliseren enkele omliggende toppen. Overal rotsblokken, enkele sneeuwpartijen, water en lucht: eentonig van kleur grijs, bruin en wit, maar indrukwekkend mooi.
Het vervolg van de tocht ziet er behoorlijk lastig uit: een afwisseling van stroken rotsblokken en sneeuw, die zich op een steil stuk tot ca. 1400 m hoogte bevinden. Soms is het tevergeefs zoeken naar de volgende steenzuil, maar stijgen is steeds de boodschap. Niet altijd het rechte pad volgend, maar soms via een ommetje door de sneeuw; dit is misschien iets lastiger, maar het gaat sneller vooruit.
Van 1400 m tot 1600 m is het werkelijk zeer steil. Klimmend over rotspartijen of door de sneeuw wordt het weer onze grootste tegenstander, begin ik te vrezen. Na de trui wordt ook de regenjas boven gehaald. Het zijn voorlopig enkel maar regendruppels die ons vergezellen door de sneeuw. Stap voor stap, evenwicht behouden, zoeken naar de volgende steenzuil hoog boven ons, hopen op beter weer daarboven. Bij dichte mist zou het hier lastig kunnen worden om de weg te vinden; alles wordt immers wit. De regen stopt niet; de mist verergert nog.
Tijdens een rustpauze halverwege de steile klim spreken we dit af: als het zicht niet betert en het blijft regenen, dalen we terug af naar het dal. Maar als bij toverslag verdwijnt de regen en de mist wanneer we rond 1600 m enkel nog een horizon van sneeuw voor ons zien. Waarschijnlijk zaten we in een wolkje, dat tegen de bergflank was blijven hangen.
En dan plots midden in de sneeuw een steen waarop staat 15 à 20 minuten tot de Skålatårnet. Onze verwondering is nog groter als onder onze voeten een stenen trap uit de sneeuw te voorschijn komt en ons zigzaggend begeleidt naar boven toe. We krijgen een lichte neiging om de trap op te lopen, maar hier en daar is hij nog verborgen onder een laag sneeuw.
Uiteindelijk komt de toren in zicht, gehuld in mist en grijze wolken. Het is middag en we hebben er ongeveer 3,5 uur wandeltijd op zitten. Niet te geloven! In de boekjes spreekt men van 5 tot 7 uur stijgtijd. Niet belangrijk denken we. Hier boven op de Skåla is de omgeving prachtig, alleen de zon laat ons in de steek.
In de toren is er licht; uit de schouw komt er rook; er is iemand thuis, dus kloppen we aan. Met de natte winterkledij aan, behalve dan de korte broek, stappen we de Skålatårnet binnen…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s